Rubriek: Rond je huis-dier De blauwe reiger

27-02-2026

Den Haag barst van de dieren, Natuurlijk niet alleen maar huisdieren, maar juist de wilde dieren die in onze stad leven. Je hoeft niet altijd diep de natuur in om die dieren te zien of horen. Ze wonen soms gewoon dichtbij huis. Deze keer blogt stadsecoloog Marcus over de blauwe reiger.

“Blauw? Hij is toch gewoon grijs pap?”, vroeg mijn zoontje. “Ja, in Engeland noemen ze de reiger een grey heron ofwel grijze reiger", zei ik tegen hem. “Maar daar rijden ze links en eten ze bonen bij het ontbijt. Bij ons heet deze vogel blauwe reiger, kerel.” 

David en Goliath
Blauw of grijs: de reiger is een mooie vogel die bijna iedereen in Den Haag wel eens ziet. In parken, langs het water of zelfs soms in je eigen tuin. De blauwe reiger eet vooral vis. Maar hij eet ook amfibieën, insecten en eigenlijk alles wat in zijn snavel past, dichtbij is en beweegt. Ik heb zelfs eens gezien hoe een reiger een wezeltje opat. Het beestje verzette zich dapper, maar bij dit sprookje eindigde David in de keel van Goliath. 
 
Blauwe reigers eten ook invasieve rivierkreeften. Dat is goed nieuws, want zo helpen ze mee om de natuur een beetje in balans te houden. Soms voeren mensen reigers. Dat is niet de bedoeling. Sinds de invoering van het voederverbod mag je in de openbare ruimte geen dieren meer voeren. 

Gebraden reiger 
In 2018 kwam een blauwe reiger in Den Haag wel heel opmerkelijk in het nieuws. Een dakloze man had het dier gebraden boven een vuurtje in het Haagse Bos. Dat leverde hem een treffende en ondankbare naam op: Kluifrègâh. De poten van deze Kluifrègâh zijn te zien in het Natuurhistorisch museum. Je kunt er ook andere dieren met een opmerkelijk verhaal zien. 

Kolonies
Reigers komen al eeuwen voor in de Haagse regio. Onze stad heeft meerdere kolonies, zoals in het Zuiderpark, hoewel die bij ‘De Eendenkooi’ nagenoeg is verdwenen. Je ziet ze vaak alleen langs het water, maar broeden doen ze meestal in kolonies. Landgoed Reigersbergen is daarnaar vernoemd. Dat doen ze daar alleen al een tijd niet meer. Ook broedden er zo'n honderd jaar geleden reigers in het Haagse Bos en was er een kolonie bij Park Sorghvliet, waar ze met rust werden gelaten. In het boek ’s-Gravenhage als Vogelstad schrijft W. Tolsma over de dappere strijders die het winterse weer in maart en april trotseren, terwijl ze hoog in de boom op het nest zitten.  
 
De nesten van de reigers zijn enorm. Maar los van de omvang zijn ze, zeker in de broedperiode, al snel gevonden. Onder de nesten liggen vaak uitgebraakte resten van visgraten en niet direct herleidbare derrie, voorzien van een ‘lekker parfummetje’. Je hoeft geen speurneus te zijn om die nesten te vinden.  

Spektakel
Ook zijn reigers vrij mondig, of bekkerig of snavelig... Kortom: vocaal aanwezig. Wil je het spektakel zelf eens zien, ruiken en horen? Ga dan naar het Zuiderpark. Op dit moment zitten ze daar op de nesten, want ze broeden al heel vroeg in het jaar. Ga van deze mooie vogel genieten! 

 

Nieuwsbrief

Niets meer missen van onze verhalen over het Haagse Groen en de stadsnatuur? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Aanmelden

 

 
Cookie-instellingen